De hoeders van de Heilige Graal

Kartharen

Beschrijft Robert de Boron dat Jozef van Arimathea de graal naar Engeland brengt, in een andere versie van de graalroman neemt Jozef van Arimathea de graal niet verder mee dan tot in Zuid-Frankrijk. Samen met zijn volgelingen bouwt hij een kasteel op Mont Muntsalvach (de Berg van Verlossing), om er het reliek te bewaren. Naar de exacte locatie van dit kasteel wordt al jaren gegist, maar algemeen wordt aangenomen dat het in Montségur, in de Zuidfranse streek de Languedoc staat.
Montségur was een bergfort van een heidense religieuze sekte genaamd de Katharen, die hun bloeitijd kenden in de 12e en 13e eeuw, toen ze ook door de katholieke kerk ernstig werden vervolgd. De Katharen verbreidden zich vanaf het midden van de 12de eeuw over geheel West-Europa maar vormden in Zuid-Frankrijk de meest hecht georganiseerde groep. De streng ascetische (strenge onthouding van genoegens) levensopvatting van de Katharen, geïnspireerd door een krachtig armoede-ideaal, uitte zich in wereldverachting en wereldverzaking.

 


Montségur, in de Languedoc.

 

Er zijn goede redenen om de graal te verbinden met de Katharen. Er werd beweerd dat zich vóór de overgave aan het leger van de Kerk in 1244 onder de schat van de Katharen die in Montségur werd bewaard, een "kostbare beker" bevond. Het is niet duidelijk of men aan deze beker magische krachten toeschreef, maar hij werd in ieder geval door de Katharen gebruikt bij een mystiek feest, de manisola. Het is interessant om te weten dat deze festiviteit erg schijnt te hebben geleken op het banket dat door de ridders van Koning Arthur werd aangericht in de graalromans, voordat ze op hun leven zweren om de graal te vinden.

Wat ook de oorsprong van de beker moge zijn, voor de Katharen was hij blijkbaar van onschatbare waarde. Een paar dagen voor Montségur zich overgaf aan de katholieken, waagden vier Katharen hun leven door midden in de nacht langs de steilste helling van de berg naar beneden te klimmen. Ze hadden de schat bij zich, waaronder de beker, die ze zouden hebben verstopt in een geheime bergplaats.
Maar of de Katharen daarmee een fysieke beker hadden is maar de vraag. Men mag eerder veronderstellen dat ze in het bezit waren van de spirituele leer van Jezus. Deze leer zou aan Jozef van Arimathea zijn overgedragen in plaats van aan de apostelen, de grondleggers van de Katholieke Kerk.
Deze legende sluit naadloos aan bij de mening van sommige historici dat er misschien een geheime Graalkerk is geweest, oorspronkelijk gesticht door Jozef van Arimathea, die tot bloei kwam binnen de orthodoxe kerk ten tijde van de graalromans.

A.N. Wilson gelooft in dit verband dat er in de eerste eeuw na Christus heel goed twee kerken kunnen zijn geweest. De eerste verliet Palestina en verbreidde de boodschap van Christus door Europa, terwijl de andere kerk geloofde dat zijn geestelijk leer alleen voor de joden was bestemd.
Deze tweede tak werd misschien wel geleid door Jezus' moeder en zijn familie, en had wellicht de graal als belangrijkste symbool. Als Jozef geparenteerd was aan Jezus kan het heel goed zijn dat de familie de leer naar Zuid-Frankrijk heeft gebracht, waar zij tot bloei kwam als het geloof van de Katharen.

Als we de Katharen zien als het middelpunt van de graalverering, met als belangrijkste object de beker van het Laatste Avondmaal, dan is goed te verklaren waarom de kerk de Kathaarse beweging met wortel en tak uitroeide. Zoals de mythologie- expert John Matthews uitlegt in zijn boek De Graal, werd het bloed van Christus, en dus de beker die de druppels uit zijn wonden opving, geassocieerd met de kracht van het eeuwige leven en directe verbinding met God. Als die beker ook nog verband hield met de spirituele leer die Jezus aan Jozef van Arimathea had gegeven, dan zou de bewering van de Kerk dat zij de enige vertegenwoordiger van Gods wil op aarde was, van tafel zijn geveegd.

Er is alleen één probleem met al deze theorieën: nergens is er een aanwijzing te vinden dat de Heilige Graal ooit in het bezit van Jozef van Arimathea is geweest. Dat wil zeggen, tot het verhaal van Robert de Borron, meer dan 1000 jaar nadat Jozef de bewaarder van de beker zou zijn geworden. Alleen dit feit al heeft veel deskundigen ervan overtuigd dat de Heilige Graal nooit in fysieke vorm heeft bestaan.

Tempeliers

De graalmystiek deed zijn intrede in de Europese letterkunde in de tijd van de kruistochten en de tempeliers.
De Orde van de Tempeliers, die in 1119 werd opgericht, was een groep priestersoldaten die de christelijke pelgrims moest beschermen op hun reis naar en van de Heilige Stad Jeruzalem. Veel Tempeliers kwamen uit de streek van de Katharen in Zuid-Frankrijk en het was bekend dat een flink aantal met hen sympathiseerde, als ze niet zelf al Kathaars waren. Het is dus heel goed mogelijk dat de beker na de val van Montségur aan hen is toevertrouwd.

Zestig jaar later ondergingen de Tempeliers echter hetzelfde lot als de Katharen. Ze waren in de ogen van de Franse koning Filip IV te machtig geworden. In 1307 viel hij de burchten van de Tempeliers aan. Volgens de legende ontsnapte een aantal van hen met de beker, bereikte Schotland en verborg hem in de Prentice Pilaar in de kapel van Kasteel Roslin, in Midlothian, waar hij zich tot op de dag van vandaag schijnt te bevinden.