Koning Arthur en de Graal

Een belangrijk kenmerk van de traditionele graalromans is dat ze vaak verhalen over Koning Arthur en zijn volgelingen.
In een Welsh gedicht van omstreeks 600, de Gododdin, wordt Arthur opgevoerd als een beroemd legeraanvoerder uit het verleden. Ook de geschiedschrijver Nennius vermeldt in zijn Historia Brittonum uit 800 dat Arthur een legeraanvoerder was die samen met de Britse koningen ten strijde trok tegen de Saksen. En ook hier is hij succesvol; Nennius beschrijft twaalf overwinningen van Arthur, waaronder de slag van Badon (516). In deze veldslag zou Arthur in één aanval 960 vijanden hebben gedood.

Ruim 300 jaar later, in 1136, schrijft Geoffrey van Monmouth, een priester uit Wales zijn Historia regum Britanniae (Geschiedenis van de koningen van Brittannië). Hij presenteert zijn werk als een op waarheid berustende geschiedenis van Brittannië, echter het werk is pure fictie. In dit werk staan de verhalen van Artur centraal en wordt daarmee het eerste werk waarin uitgebreid verteld wordt over koning Arthur.
Nadat zijn in het Latijn geschreven boek in het Frans vertaald werd kon ook de adel kennis kennisnemen van de avonturen van Arthur en zijn ridders. Vanaf dat moment gaat een golf van Arthurverhalen over Europa.
De graallegende is voor het eerst in Frankrijk poëtisch bewerkt in de onvoltooide roman in verzen van Chrétien de Troyes, die onder de naam Conte del Graal bekend is. Chrétien de Troyes schreef zijn vijf Arthurromans, gebruikmakend van de kronieken van Van Monmouth.

 


Aankomst en dood van Koning Arthur op het eiland Avalon.

 

De queeste naar de Graal is het hoofdthema van verschillende graalromans. Heel wat ridders trekken er op uit om de Graal te vinden. Maar alleen een werkelijk volmaakte ridder kan die zoektocht volbrengen. Gevestigde namen als Walewein en Lancelot falen. Ondanks dat ze dapper en hoofs zijn, zijn ze niet in alle opzichten perfect. Walewein bijvoorbeeld wordt in de Graalromans getypeerd als een berouwloze zondaar, terwijl de onwettige verhouding met Guinevere Lancelot verhindert de Graal te vinden.
Juist nieuwkomers aan Arthurs hof lukt het om de Graalqueeste te voltooien. Een voorbeeld hiervan is Galahad, Lancelots bastardzoon. Hij overtreft zijn vader in volmaaktheid en zuiverheid, waardoor hij slaagt in de zoektocht naar de Graal.

De boodschap die in de Graalromans doorklinkt, is dat de vroegere ridderlijke waarden, dapperheid, hoofsheid, hun langste tijd hebben gehad. In Chrétiens laatste roman wordt voor het eerst de keerzijde van het ridderschap belicht als een wereld van ijdele roem, destructie en geweld. De Graalteksten uit de Middeleeuwen verlegden het accent van een wereldlijk naar een geestelijk ridderschap. In feite gaat het hierbij om een mystieke zoektocht naar God. De nieuwe helden zijn weliswaar hoofs en dapper, maar voelen zich vooral aangetrokken tot God. De wereldlijke ridder die nog wel eens een slippertje maakte, heeft plaatsgemaakt voor een onfeilbare, kuise en zuivere ridder die zijn ridderschap in dienst stelt van God.